vrijdag 29 maart 2013

Enghuizer dialogen IV



Wim van Til opende vanmiddag de 14e Kunstwandelroute 2013 | Enghuizer dialogen IV 
met de volgende schone woorden:

"Houdt de natuur van kunstenaars?

Het wezen van de kunst wordt al sinds mensenheugenis in verband gebracht met de natuur der dingen. 
Wat is het wezenlijke van een schil? Wat maakt een haas hazig? Een schildpad schildpaddig? 
Wanneer en waarvoor steekt u uw hand in het vuur en voor welk effect?
Ooit begon de mens zijn omgeving te ordenen naar zijn zin en ooit begon diezelfde mens zijn omgeving 
vast te leggen in beelden die “net echt” waren. Het leverde een huis op al was het een grot, het bracht 
hem edelherten al waren ze tweedimensionaal op de wand geschilderd. Het was de geboorte van woorden als “schoonheid” en “waarheid”. De natuur moest zo goed mogelijk geïmiteerd dat er een kopie ontstond, een kunstmatige wereld.
En op de scheidslijn van die twee werelden danste de kunstenaar naar de pijpen der natuur. Tot hem 
het wonder overviel en de scheidslijn zich opende: daar was de werkelijke wereld, tussen de een en de ander. 
De kunstenaar schrok van die schoonheid, die ongereptheid en toog aan het werk. 
Hij schiep wat nooit geweest was: een beeld naar zijn emoties, een vorm voor zijn dromen.

Er waren de natuur en de kunstmatige tweede natuur en nu was daar ook de zichtbare onverborgenheid. 
De kunstenaar ontdoet de wereld van zijn sluier en toont ons zijn ware gedaante. En daar zijn ze dan: 
de levende en de levenloze dingen. Een steen is een steen, een druppel een druppel en aarde is aarde. 
Geen levenloos element is in staat zichzelf te veranderen. In tegenstelling tot de levende dingen. 
Die vervormen zich zelf door te groeien of te verminderen, door te veranderen van kleur of gedaante. 
En de levenden heersen over de levenlozen. Zij buigen staal, zij houwen in steen, zij beschilderen doek 
en paneel. 
Zij vinden woorden voor hun overwegingen en hun emoties. 
Zij slaan de brug tussen de wereld en de kunstmatige wereld, zij zijn de brug wellicht.

Dit alles overdacht ik, terwijl ik onlangs over het landgoed Enghuizen dwaalde en daar plots oog in oog 
stond met de kabouter van het bos. Zij vraagt of ik ik ben. Ben ik, zeg ik. Weet je dat wel zeker, gaf ze mij terug. 
Weet jij zeker dat jij niet gemaakt bent naar een evenbeeld? En de kabouter werd mijn vader die knikte en 
mijn moeder schudde steeds haar hoofd bij elke knik. En om de hoek waren zij weg: de moeder, de vader, 
de kabouter. En ik zag hen terug in de kunstwerken tussen de bomen, de struiken, het blad.
Houdt de natuur van kunstenaars? Ik heb u wellicht een onmogelijke vraag gesteld. Ik had net zo goed 
kunnen vragen: “Was Socrates analfabeet?”, omdat hij niets heeft opgeschreven. 

De natuur is kunstenaar en ze houdt van haar collega’s. Ze biedt hun haar takken, haar bomen, 
zelfs hun karkas. Ze geeft ons een podium en biedt ons haar uitzicht zonder weerga. 
De kunst is om ons heen zoals de natuur ons omringt. Waar wacht u op, kom overeind, kom! 
De kunst gebeurt in de natuur zoals de natuur zich toont in de kunstroute die zich voor uw ogen 
uitrolt over de begaanbare paden. Naar het oosten, door het noorden, uit het westen tot in het zuiden 
de wind gaat liggen en u de woorden hoort die onderweg gesprokkeld worden. Ik was er zojuist nog, 
het ritselt alom van opwinding. Omdat u komt!
Ik wens u een boeiende tocht over dit bijzondere landgoed dat elk jaar tussen Pasen en Pinksteren 
betoverend natuurlijk op u wacht."

Anna Wiersma en Pieter Bas Kempe



Hans, Jan en Aggie

Zie ook hier> 

zaterdag 23 maart 2013

Ontmoet de dichter | 23 maart 2013 | Marije Langelaar



Marije Langelaar was op bezoek in Poëziecentrum Nederland. Wim van Til nam zich voor over de groei in haar werk te praten. Ingetogen las ze voor uit haar eigen werk. Samen op zoek naar het weZENlijke trilgetal, wat is het hazige aan een haas? Kant en Ken-leer staken de volle tafel over. De onzekerheid van de zekerheid. Ze was beeldend kunstenaar die niet meer de slavin van de dingen wilde zijn. Voor de pauze slaan de vonken rond. [zie en luister ook hier>] Na de rust liet ze ons het vuur zien om ons langzaam met opgewarmde ziel de koude wind in te sturen door aan slot de prent voor te dragen. Marije bedankt.



Hert | Marije Langelaar

En ik kijk naar mijzelf.
Voel mijn benen zich verdunnen en draaien
onmiddellijk volgen mijn armen het groeien van hoefjes
ik stap uit mijn jurk en mijn hemd inmiddels te groot en
voel mijn vacht in de wind
mijn oren richten zich zetten uit en ik
luister naar het kletteren van borden ver in de keuken
het waaien van gras
ik hoef niets meer.
Zo als hert heb ik dorst niets dan dorst en
beweeg naar het water.



zaterdag 16 maart 2013

Dichter des Achterhoeks gezocht


uit de collectie Duitshof: Anne Vegter

In de Gelderlander vanmorgen verrassend nieuws over poëtisch initiatief van de Gelderlander i.s.m. Poëziecentrum Nederland te Bredevoort. Lees hier meer>Gezocht Dichter des Achterhoek | dG