woensdag 12 december 2012

Aan het woord | Juryrapport Aan het woord 2012


Uit de oude doos: Wim van Til | Antwerpen | november 2011

Juryrapport Aan het Woord! Achterhoek 2012: de aanhouder wint

“Schrijven is stratenmaken: op je knieën liggen en achteruit kruipen”, schreef Harry Mulisch ooit.

Het is vandaag voor de vijfde maal dat de prijs voor Aan het Woord! Achterhoek wordt uitgereikt.
We kunnen op de knieën liggend achteruit kijken en die 5 jaar overzien.

Wat zien we dan?

We zien in willekeurige volgorde:
een steeds breder wordende groep deelnemers uit verschillende plaatsen van de Achterhoek die steeds meer bewust is van het literaire karakter van de wedstrijd en aandachtig bezig is met het ingestuurde eindproduct. We zien ook een trend die ons minder aantrekt, namelijk de misschien wel typische Hollandse gewoonte om gebeurtenissen in te leiden, aannemelijk te maken door van alles en nog wat in de voorgeschiedenis te beschrijven.

Bij veel inzenders mag wat ons betreft de uitspraak van de Franse schrijven Boileau wel boven het bed gehangen worden: “Als ik vier woorden schrijf, streep ik er drie van door”. We zullen de coaches die voor Aan het Woord actief geweest zijn, vragen om daar in de toekomst extra aandacht aan te schenken.

De thema’s die worden aangeroerd worden eveneens steeds breder en specifieker en komen daardoor beter uit de verf.
Kortom: als je maar doorgaat en blijft geloven in de educatieve waarde van een schrijfwedstrijd, dan geldt inderdaad dat de aanhouder wint.

Wat wint die aanhouder dan? Met andere woorden, waarom is het steeds leuker om jurylid te zijn van deze wedstrijd. Omdat, dames en heren, het steeds moeilijker wordt om winnaars te kiezen louter en alleen op literaire criteria. En dat komt weer omdat de verhalen en de gedichten wat hun literaire kwaliteit betreft, steeds dichter bij elkaar liggen; de jury moet steeds kritischer wegen, vergelijken en zoeken naar de onderscheidende kenmerken.
De lat mag hoger en dat maakt het jurywerk niet alleen inspannerder, vooral ook spannender.

Wellicht ligt in die ontwikkeling ook de verklaring voor het gegeven dat voor het eerst het aantal inzendingen een daling vertoonde. De jury had een hele kluif aan “slechts” 68 inzendingen (35 minder dan vorig jaar) uit 30 verschillende plaatsen (vorig jaar 34). De gemiddelde leeftijd van de inzenders is 38 jaar; de gemiddelde inzender is op 17 oktober 1974 geboren .

De kwaliteit van de inzendingen ligt zeer dicht bij elkaar. Na de eerste selectie waren er 28 inzendingen over, die uiteindelijk teruggebracht werden tot tien. Uit die tien zijn de drie genomineerden boven komen drijven. En toen mochten we namen en nummers vergelijken.
Nummer 68 bleek een oude bekende, die de laatste tien niet had gehaald. Nummer 35 haalde wel de laatste tien, maar niet de laatste drie. Wat weer niet gold voor nummer 19, want dat was Nadin Jovanovic, een van de drie genomineerden.

Ondertussen levert het bekijken van de lijstjes ook allerlei aardige gedachten op, zoals: er zijn twee inzendingen uit Wehl. Zouden die twee elkaar kennen? En zo ja, weten ze dan van elkaar dat ze schrijven of wat ze schrijven?
Zijn de enkele inzenders, de eentjes uit Almen, Beltrum Etten, Gaanderen, Varsseveld en Vragender (om er een paar te noemen) geïsoleerde schrijvers of vormen ze de avant garde van het dorp?
Waarom heeft die ene uit Barchem, Bredevoort, Doesburg, Lengel, Sinderen of Ulft van vorig jaar niet meer meegedaan?

Hoeveel van de 11 Zutphenaren zijn er vanmiddag aanwezig? Want net als vorig jaar levert Zutphen de meeste inzenders met op gepaste afstand Aalten, Doetinchem en Winterswijk (ieder 6).
Of je komt bijzondere bibliografische informative tegen. Zo noemde een van de inzenders haar opa, ene Theo Droog. “Hij was dichter,” schrijft ze, “Helaas is hij overleden, maar hij heft wel een boekje gemaakt. En dan denk ik als conservator van het Poëziecentrum Nederland: “Waar is dat boekje en is het een gedichtenbudel?” Ik heb nog geen verwijzing naar Theo Droog gevonden, wellicht komt dat nog vanmiddag.

“Wie romanschrijver wil worden, heeft het de eerste honderd jaar nogal moeilijk”, sprak Louis Paul Boon. Dat veronderstelt een lange adem en een dosis doorzettingsvermogen. Kenmerken die wij zoeken bij het aanstormende talent, de jongere inzender. Er waren dit jaar 16 inzendingen van schrijvers onder de 20. Aan een van hen wil de jury graag en van harte de aanmoedigingsprijs toekennen, met als tegenprestatie dat het verhaal natuurlijk wordt voorgelezen.
“Mijn geschiedenis is nog maar 17 jaar oud en mijn leven bestaat tot nu toe vooral uit school” schrijft Renée Wierenga uit Lochem in haar biografie. Die biografie telt nu ook het verhaal Mieren.


Maar goed, we gaan naar de genomineerden. De jury selecteerde uiteindelijk 2 prozainzendingen en I poëzieinzending. Het eerste genomineerde verhaal vertelt op een ingetogen manier hoe een moeder wacht op de thuiskomst van haar kinderen die met hun vader zijn weggeweest, gaandeweg het verhaal krijgt de lezer inzage in haar leven en in de relatie die zij heeft tot haar zoons en hun vader.
Het tweede verhaal is een voorbeeld van diverse “wraakverhalen” die dit jaar tussen de inzendingen zaten. Het is een verhaal waarin verschillende literaire technieken zijn toegepast die een aardige mix veroorzaken van feiten, suggestie en vertelling.

De derde genomineerde is een dichter die een cyclus van 3 gedichten inzond die opvallen door hun bijzondere suggestie. De rol van de lezer bij elk van de gedichten is nodig om de ingezette “actie” af te maken. Bovendien vond, vindt de jury de verschillende vormen die gebruikt zijn, goed samenvallen met de teksten. Het zijn stuk voor stuk voorbeelden van een richting in de poëzie die je veel ziet bij dichters uit het fonds van uitgeverij Van Oorschot, of bij Podium, Atlas en Prometheus. Het zou de jury niet verbazen als dit talent op korte termijn landelijk doorbreekt.

Dames en heren de eerste prijs van Aan het Woord! Achterhoek wordt door de jury toegekend aan Maarten Buser voor zijn drie gedichten.












Geen opmerkingen:

Een reactie posten